Tag: gezondheid

Bietensap kan beweegcapaciteit bij hartfalen verbeteren

Nieuws

 Bietensap kan beweegcapaciteit bij hartfalen verbeteren

 

Het effect van bietensap

Bietensap verbetert het uithoudingsvermogen bij hartfalen. Dagelijks een glas bietensap geeft je mentaal en lichamelijk een voorsprong. De hoeveelheid nitraat zorgt voor een toename van energie in de spiercellen.

De nitraten uit bietensap verlagen ook de bloeddruk, zorgen voor een betere zuurstoftoevoer aan het hart en verbeteren de conditie van de bloedvaten.

Onderzoek bij hartfalen

Mensen met hartfalen scoren beter bij een inspanningstest na het drinken van een glas bietensap. Het maximale vermogen op zuurstof op te nemen (uithoudingsvermogen), nam met gemiddeld 8% toe. Ook hielden de deelnemers de fietstest gemiddeld 7% langer vol. Dit blijkt uit een kleine gerandomiseerde, gecontroleerde studie (RCT) onder 8 mensen met hartfalen, gepubliceerd in Journal of Cardiac Failure.

Fietstest

De deelnemers kregen voorafgaand aan de fietstest de ene keer 140 ml gewoon bietensap en de andere keer een placebo. Dit was hetzelfde bietensap, waaruit nitraat was verwijderd. Tijdens de fietstest werd het inspanningsniveau langzaam opgevoerd en werd de tijd gemeten totdat een deelnemer het niet meer kon volhouden. Ook werd het zuurstofopnamevermogen gemeten.

Kwaliteit van leven

Als de resultaten van deze eerste kleine studie worden bevestigd in grotere studies, zou bietensap volgens de onderzoekers gebruikt kunnen worden om de beweegcapaciteit, en daarmee de kwaliteit van leven, bij hartfalen te verbeteren. Nitraat wordt in het lichaam omgezet in de werkzame stof stikstofoxide. Uit ander onderzoek blijkt dat nitraat ook gunstig is voor het samentrekken van spieren.

Bronnen van nitraten

Andere goede bronnen van anorganische nitraten zijn kool, selderij, Chinese kool, waterkers, dille, sla, peterselie, rucola, spinazie en prei.

Bron: Nieuws voor diëtisten

Afspraak maken

Er zijn 4 vormen van diabetes type 2

Nieuws

Er zijn 4 vormen van diabetes type 2

Diabetes type 2

Diabetes type 2 wordt ook wel suikerziekte genoemd. Hierbij reageert het lichaam niet meer zo goed op insuline waardoor je suikergehalte in je bloed te hoog wordt.  Hierbij kun je 4 verschillende vormen onderscheiden. Iedere vorm heeft significant verschillende kenmerken, ziekteprogressie en risico’s op complicaties. Dat blijkt uit Zweeds onderzoek onder ruim 13.000 nieuw gediagnostiseerde patiënten, gepubliceerd in The Lancet Diabetes & Endocrinology.

Paradigmashift

De onderzoekers spreken van een paradigmashift in de diagnose van diabetes. Initiatiefnemer prof. Leif Groop, hoogleraar diabetes en endocrinologie van Lund University: ‘Dit is de eerste stap in de richting van een gepersonaliseerde behandeling van diabetes. Deze nieuwe indeling kan uiteindelijk helpen om behandelingen specifieker af te stemmen op de vorm van de diabetes, om zo de kans op complicaties te verkleinen.’

Meer dan alleen bloedglucosegehalte

Volgens de onderzoekers is de huidige indeling van diabetes onvoldoende en niet geschikt om toekomstige complicaties te voorspellen of een behandeling op te baseren. Momenteel wordt de diagnose gesteld door het bloedglucosegehalte te meten. Een preciezere diagnose kan worden gesteld door ook andere factoren mee te nemen, zoals de productie van insuline, de mate van insulineresistentie, de aanwezigheid van bepaalde antistoffen (glutamaatdecarboxylase, GABA) en de BMI.

In totaal 5 groepen diabetes

In het onderzoek zijn in totaal 5 groepen diabetes geïdentificeerd: naast de 4 vormen van diabetes type 2 is er ook een groep waaronder diabetes type 1 valt. De 5 groepen zijn:

Groep 1: ernstige autoimmuun diabetes (severe autoimmune diabetes, SAID)

Deze vorm komt overeen met diabetes type 1 en hieronder valt ook een auto-immuunvorm die op latere leeftijd ontstaat (latent autoimmune diabetes in adults, LADA). Het ontstaat op jonge leeftijd en gaat vaak gepaard met slechte metabole controle, verminderde productie van insuline en aanwezigheid van zogenoemde GADA-antistoffen.

Groep 2: ernstige insuline-deficiënte diabetes (severe insulin-deficient diabetes, SIDD)

Deze vorm komt voor bij relatief niet te zware en vaak jonge mensen, maar is geen auto-immuunziekte. Deze vorm gaat vaak gepaard met een hoog HbA1c, verminderde productie van insuline en matige insulineresistentie. Er is een hoge incidentie van retinopathy.

Groep 3: ernstige insuline-resistente diabetes (severe insulin-resistant diabetes, SIRD)

Deze vorm kenmerkt zich door een combinatie van overgewicht en ernstige insulineresistentie. Er is een hoge incidentie van nierschade.

Groep 4: milde obesitas-gerelateerde diabetes (mild obesity-related diabetes, MOD)

Dit is een milde vorm die op relatief jonge leeftijd ontstaat bij mensen met obesitas. Deze vorm is over het algemeen goed te behandelen is met metformine en leefstijladvies.

Groep 5: milde leeftijdsgerelateerde diabetes (mild age-related diabetes, MARD)

Kenmerken: dit is de meest voorkomende vorm van diabetes (40%), die op oudere leeftijd ontstaat. Deze is over het algemeen goed te behandelen is met metformine en leefstijladvies.

Doorlopende studie

De nieuwe indeling blijkt ook goed overeen te komen met gegevens van diabetespatiënten uit 3 andere studies uit Zweden en Finland. Overigens is de studie nog niet afgerond: de onderzoekers blijven gegevens van nieuwe patiënten aan het bestand toevoegen.  In de toekomst zijn de onderzoekers van plan om vergelijkbare studies uit te voeren bij mensen met andere etnische achtergronden, zoals in China en India.

Bron: Nieuws voor diëtisten

Afspraak maken

Mensen met overgewicht en obesitas: veel jaren hartproblemen

Nieuws
 
Mensen met obesitas of overgewicht hebben een significant verhoogd risico op chronische hart- en vaatziekten, vergeleken met mensen met een normaal gewicht. Obesitas leidt tot een lagere levensverwachting en een flink aantal levensjaren met hartziekten. Overgewicht leidt niet tot een lagere levensverwachting, maar mensen met overgewicht maken wel meer levensjaren door met een chronische hartziekte.

Levensduur
Overgewicht bij mannen zorgt dat hart- en vaatziekten gemiddeld 7,5 jaar eerder optreden dan bij mannen met een gezond BMI. Bij vrouwen is dit 7,1 jaar. Mensen met een normale BMI leven gemiddeld 5,6 jaar (mannen) en 2 jaar (vrouwen) langer dan mensen met obesitas.

Populatieonderzoek
In de studie werden de gegevens gebruikt uit 10 grote Amerikaanse cohortstudies, met in totaal ruim 190.000 deelnemers. Alle deelnemers hadden geen hart- en vaatziekten bij de aanvang van de studie. De leeftijd varieerde van 20 tot 79 jaar bij aanvang. De gemiddelde leeftijd was 49 voor mannen en 59 voor vrouwen.

Bron: Nieuws voor diëtisten

Supplementen in webshops voldoen vaak niet aan de wet

Nieuws
 

Uit Europees onderzoek blijkt dat twee derde van de supplementen-webshops niet voldoet aan de regels. Het onderzoek werd uitgevoerd in Nederland en 25 andere lidstaten van de EU, plus Zwitserland en Noorwegen. Er werden 1100 webwinkels onderzocht en men vond 779 producten die niet voldoen aan de wettelijke eisen. Het gaat om producten die nog niet wettelijk in de EU zijn goedgekeurd en om producten met niet goedgekeurde medische claims. In 440 gevallen werd actie ondernomen door de controlerende instanties. Naar aanleiding van dit onderzoek gaat de EU meer controle uitoefenen.

4 novel foods
Het onderzoek spitste zich toe op 4 “novel foods” die niet zijn toegestaan in de EU. Ondanks dat zijn ze volop te koop in diverse webshops. Het zijn agmatine guanidine sulfaat (verkocht als product voor meer energie), acacia rigidula (verkocht als afslankpreparaat), epidemium grandiflorum (verkocht als een afrodisiacum) en hoodia gordinii (verkocht als afslankpreparaat).

Bron: Nieuws voor diëtisten

Hulpverleners doen ook aan fatshaming

Nieuws
 

Mensen met obesitas krijgen overal te maken met vooroordelen. Op school, op het werk, in de familie maar ook in de spreekkamer van de hulpverlener. Dat stellen VU-hoogleraar Jaap Seidell en psycholoog-onderzoeker Jutka Halberstadt in een artikel in het Parool. Zij vinden dat hulpverleners zich bewust moeten worden van hun vooroordelen en het bijbehorende gedrag.

Behandelaars
Mensen met overgewicht worden door veel behandelaars gezien als dom, lui en slordig. Obesitas is voor hen een kwestie van “eigen schuld, dikke bult”, terwijl voor diabetes type 2 of hart- en vaatziekten veel meer begrip is. ‘Door hun vooroordelen denken behandelaars dat mensen met obesitas hun adviezen niet kunnen begrijpen of niet willen opvolgen’, stellen Seidell en Halberstadt. Ook denken de behandelaars dat mensen met obesitas geen discipline hebben. Het gevolg is dat mensen met obesitas niet meer, maar juist minder tijd krijgen op het spreekuur. Ook worden ze niet altijd met respect behandeld. Vaak krijgen ze het advies “Val eerst maar eens af” voordat hun medische klachten serieus worden onderzocht.

Gewichtsdiscrimatie
De discriminatie heeft een behoorlijk negatief effect op de kwaliteit van leven van mensen met obesitas. Dat geldt met name voor factoren als het zelfvertrouwen, het zelfbeeld en confrontaties met pesters. Het gevolg: meer depressie, eenzaamheid en suicidale gevoelens.

Niet goed te praten
Gewichtsdiscriminatie is ernstig, maar toch vinden veel mensen niet de noodzaak om dit aan te pakken. Ze zijn bang dat overgewicht dan vergoelijkt wordt, waardoor het zal toenemen. Onzin, zeggen Seidell en Halberstadt. Dat effect zie je ook niet bij diabetes type 2 of COPD. Zij stellen dat gewichtsdiscrimatie op geen enkele manier is goed te praten. Professionals in de zorg hebben de verantwoordelijkheid om zich bewust te zijn van hun vooroordelen en de effecten op hun handelen en adviezen.

Bron: Nieuws voor diëtisten

Wat is beter: vetbeperkt of koolhydraatbeperkt dieet?

Nieuws

Of mensen met overgewicht een vetbeperkt dieet volgen of een koolhydraatbeperkt dieet, maakt niet uit voor het effect. Er is geen significant verschil in gewichtsverlies tussen beide diëten. Dat concluderen onderzoekers van Stanford University op basis van een gerandomiseerde klinische studie (RCT) bij 609 mensen met overgewicht. De resultaten van deze zogenoemde DIETFITS-studie zijn gepubliceerd in JAMA.

45 procent vet of 48 procent koolhydraten
In het onderzoek is een vetbeperkt dieet (29 procent vet, 48 procent koolhydraten en 21 procent eiwit) vergeleken met een koolhydraatbeperkt dieet (45 procent vet, 30 procent koolhydraten en 23 procent eiwit). Na een jaar was de vetbeperkt-groep 5,3 kg afgevallen en de koolhydraatbeperkt-groep 6,0 kg. Het verschil was echter niet statistisch significant.

‘Kies onbewerkt’
Hoofdonderzoeker prof. Christopher Gardner verklaart de vergelijkbare werking door de overeenkomsten tussen beide diëten. Zo kregen alle deelnemers het advies om naar de markt te gaan en geen sterk bewerkte kant-en klaarproducten te kopen. Gardner: ‘De hoofdboodschap uit de studie is misschien wel dat de fundamentele strategie voor gewichtsverlies bij beide diëten hetzelfde is: eet minder suiker, minder geraffineerde koolhydraten, zoveel mogelijk groenten en kies voor onbewerkte voedingsmiddelen.’

Genen en insuline
De onderzoekers hebben ook gekeken naar de invloed van insulineproductie en genen van het koolhydraat- en vetmetabolisme. Het idee daarachter is dat het persoonsafhankelijk kan zijn welk dieet het beste werkt. Ook daarbij zijn echter geen verschillen in werkzaamheid tussen beide diëten gevonden.

Bron: Nieuws voor diëtisten

Nieuw platform voor eten en welzijn in de zorg

Nieuws

Nieuw platform voor eten en welzijn in de zorg

Onlangs is de website www.etenwelzijn.nl gelanceerd door verschillende partijen in de zorg, zoals smaaknetwerk “Smaak van het huis”, platform “Patiënt & Voeding” en het Voedingscentrum. Bij voldoende draagvlak willen zij de stichting “Eten+Welzijn” oprichten, een nieuw platform met als doel de kwaliteit van eten, drinken en welzijn in de zorg te verhogen.

Meld je aan
Geïnteresseerde professionals en organisaties worden opgeroepen zich op de website aan te melden als ze dit initiatief ondersteunen. Wie zich aansluit, krijgt in de toekomst toegang tot een kennisplatform, nieuwsbrieven, netwerkbijeenkomsten, doelgroepgerichte workshops, een digitale leeromgeving en een kennismarkt.

Doelstellingen
Meer informatie over het nieuwe platform staat in het projectplan. Enkele doelen daaruit zijn:

  • Verminderen van ondervoeding
  • Verhogen van de kwaliteit en smaakbeleving van de maaltijd
  • Verbeteren van de beleving van eten en bevorderen van eetlust
  • Verhogen van herstel vanuit gezonde voeding en terugdringen supplementen
  • Verminderen van voedselverspilling
  • Verbeteren aantrekkelijkheid van de zorg voor hospitality- en keukenmedewerkers
  • Verhogen en verbeteren van aanbod opleidingen gericht op het verantwoord bereiden van eten en drinken

Bron: Nieuws voor diëtisten

Waarschuwing op producten met sint-janskruid

Nieuws

Waarschuwing op producten met sint-janskruid

Sint-janskruid kan de werkzaamheid van bepaalde geneesmiddelen verminderen. Daarom wordt een waarschuwing op het etiket nog in 2018 wettelijk verplicht. Dat stelt minister Bruins van Medische Zorg en Sport in antwoord op kamervragen naar aanleiding van een uitzending van Radar over sint-janskruid.

Natuurlijke producten
De waarschuwing komt zowel op voedingssupplementen als kruidengeneesmiddelen met sint-janskruid. Deze worden verkocht als natuurlijk antidepressivum. Volgens Bruins is het gebruik van kruidenpreparaten de laatste jaren sterk toegenomen. Bruins: ‘Gebruikers lijken er vaak vanuit te gaan dat het gebruik van kruidenpreparaten weinig of geen risico’s met zich meebrengt omdat het gaat om natuurlijke producten. Maar ook natuurlijke producten kunnen stoffen bevatten die schadelijke effecten op de gezondheid hebben. Ook kan het gelijktijdige gebruik van kruidenpreparaten en geneesmiddelen tot een ongewenste wisselwerking leiden. Hiervan kan bij het gebruik van sint-janskruid sprake zijn.’

Medicijnen
Volgens de Nederlandse Apothekersorganisatie KNMP kan sint-janskruid de werking verminderen van:

  • vitamine K-antagonisten (antistollingsmiddelen)
  • digoxine (hartmiddel)
  • ivrabradine (middel bij angina pectoris)
  • alprazolam, midazolam (middelen tegen onrust en slapeloosheid)
  • theofylline (middel bij astma)
  • voriconazol (een antischimmelmiddel)
  • atorvastatine en simvastatine (cholesterolverlagers)
  • een aantal oncolytica, HIV-middelen en hepatitismiddelen

Bron: Nieuws voor diëtisten

Onderzoek naar voedingsadvies na bariatrische chirurgie

Nieuws

Onderzoek naar voedingsadvies na bariatrische chirurgie

Bariatrische chirurgie

Bariatrische chirurgie is een verzamelnaam voor alle operaties die het doel hebben om mensen met ernstig overgewicht gewicht te laten verliezen. Het verandert of onderbreekt het spijsverteringsproces zodat het voedsel niet zoals normaal wordt opgesplitst en geabsorbeerd.

Na bariatrische chirurgie hebben patiënten een verhoogd risico op tekorten aan micronutriënten. Onderzoekers en chirurgen van Vitalys (kliniek voor bariatrische chirurgie en onderdeel van Rijnstate ziekenhuis), Ziekenhuis Gelderse Vallei en Wageningen University & Research gaan onderzoeken of een voedingsadvies op maat de kwaliteit van de voeding kan verbeteren. Momenteel ontvangen patiënten een algemeen voedingsadvies.

Eetscore en NutriProfiel

In het onderzoek wordt eerst de voedingskwaliteit onderzocht bij morbide obese patiënten die bij Vitalys een bariatrische operatie ondergaan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Eetscore, een door Wageningen University & Research ontwikkelde voedingsvragenlijst. Vervolgens wordt ook de relatie tussen de kwaliteit van voeding en bloedwaarden van vitamines onderzocht. Dit wordt uitgevoerd door NutriProfiel, het kenniscentrum vitamines en voeding van Alliantie Voeding in de Zorg. Door de koppeling van Eetscore en NutriProfiel kunnen de patiënten gerichte voedingsadviezen krijgen en beter ondersteund worden om de adviezen ook in de praktijk te brengen.

Gastric bypass en gastric sleeve

Bij patiënten met morbide obesitas worden vooral de gastric bypass (hierbij wordt de maag verkleind en de darmen gedeeltelijk omgeleid) en gastric sleeve (hierbij wordt een groot deel van de maag verwijderd en blijft het spijsverteringskanaal verder intact) toegepast. Het gevolg van beide operaties is dat iemand minder kan eten. Bij met name de gastric bypass verandert ook de opname van voedingsstoffen. Een nadelig effect bij de operaties is dan ook dat er micronutriënt-deficiënties kunnen ontstaan. Veel voorkomende deficiënties betreffen ijzer en vitamine B12.

Wanneer naar de diëtist

Een diëtist kan je helpen met de voorbereiding op bariatrische chirurgie, vaak is het nodig om voor de operatie minimaal 3 maanden onder begeleiding van een diëtist een gezond eetpatroon aan te leren. Na de operatie helpt de diëtist je met de overgang van vloeibare- (de eerste dagen na de operatie) naar vaste voeding.

Bron: Nieuws voor diëtisten

Afspraak maken

Sterk bewerkte voeding gaat gepaard met hoger kankerrisico

Nieuws

Sterk bewerkte voeding gaat gepaard met hoger kankerrisico

Een toename van 10 procent in het aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen in de voeding gaat gepaard met 12 procent meer kans op kanker in het algemeen en 11 procent meer kans op borstkanker. Dit blijkt uit een omvangrijk Frans bevolkingsonderzoek onder ruim 100.000 deelnemers van gemiddeld 43 jaar, die 5 jaar zijn gevolgd. Het is de eerste epidemiologische studie die een verband vindt tussen de mate van bewerking van voeding en het risico op kanker. Het onderzoek is gepubliceerd in British Medical Journal.

Stijging van consumptie
Van koek tot frisdrank en van ontbijtgranen tot kant-en-klaarmaaltijden: de afgelopen tientallen jaren is het aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen in de voeding dramatisch gestegen, zo schrijven de auteurs. Het aandeel is inmiddels opgelopen tot 25 à 50 procent van de dagelijkse energie-inname in onder meer Europa en de Verenigde Staten. Opvallend genoeg lijkt het probleem in Frankrijk minder groot: recent onderzoek laat zien dat het aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen daar slechts 14 procent is. En zelfs dan is er dus een verband gevonden met het risico op kanker.

Voedingskundige samenstelling
Het is niet precies duidelijk wat sterk bewerkte voedingsmiddelen ongezond zou maken. De onderzoekers noemen als mogelijke oorzaken de voedingskundige samenstelling: sterk bewerkte voedingsmiddelen bevatten gemiddeld genomen veel verzadigd vet, toegevoegd suiker en zout en weinig vezels en vitamines. Daarnaast kunnen potentieel kankerverwekkende stoffen ontstaan tijdens bewerking van voedingsmiddelen, zoals acrylamide en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Ook de verpakking kan schadelijke stoffen bevatten, zoals bisfenol A.

Additieven
Tenslotte zouden additieven een probleem kunnen zijn. De onderzoekers stellen dat smaakstoffen, kleurstoffen, zoetstoffen en andere additieven vaak aan sterk bewerkte voedingsmiddelen zijn toegevoegd om de smaak te imiteren van onbewerkte of minimaal bewerkte voedingsmiddelen of om een slechte kwaliteit van het product te verhullen. Hoewel ze wettelijk zijn toegestaan, komen er uit laboratorium- en dieronderzoek volgens de onderzoekers soms aanwijzingen voor kankerverwekkende eigenschappen.

Kritiek
Er is ook kritiek op deze studie en vooral hoe het in de media is opgepakt. Zo kopte het Algemeen Dagblad met “Slecht eten zorgt echt voor kanker”, alsof het gaat om een interventiestudie waarin een oorzakelijk verband wordt aangetoond in plaats van om een relatie die voor het eerst gevonden is in een epidemiologische studie. Verder is er kritiek op de gebruikte NOVA-indeling van voedingsmiddelen, die is gebaseerd op de mate van industriële bewerking. Overigens maakt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ook gebruik van deze indeling.

  • 1
  • 2
  • 9