Tag: koken

Nieuw platform voor eten en welzijn in de zorg

Nieuws

Nieuw platform voor eten en welzijn in de zorg

Onlangs is de website www.etenwelzijn.nl gelanceerd door verschillende partijen in de zorg, zoals smaaknetwerk “Smaak van het huis”, platform “Patiënt & Voeding” en het Voedingscentrum. Bij voldoende draagvlak willen zij de stichting “Eten+Welzijn” oprichten, een nieuw platform met als doel de kwaliteit van eten, drinken en welzijn in de zorg te verhogen.

Meld je aan
Geïnteresseerde professionals en organisaties worden opgeroepen zich op de website aan te melden als ze dit initiatief ondersteunen. Wie zich aansluit, krijgt in de toekomst toegang tot een kennisplatform, nieuwsbrieven, netwerkbijeenkomsten, doelgroepgerichte workshops, een digitale leeromgeving en een kennismarkt.

Doelstellingen
Meer informatie over het nieuwe platform staat in het projectplan. Enkele doelen daaruit zijn:

  • Verminderen van ondervoeding
  • Verhogen van de kwaliteit en smaakbeleving van de maaltijd
  • Verbeteren van de beleving van eten en bevorderen van eetlust
  • Verhogen van herstel vanuit gezonde voeding en terugdringen supplementen
  • Verminderen van voedselverspilling
  • Verbeteren aantrekkelijkheid van de zorg voor hospitality- en keukenmedewerkers
  • Verhogen en verbeteren van aanbod opleidingen gericht op het verantwoord bereiden van eten en drinken

Bron: Nieuws voor diëtisten

Sterk bewerkte voeding gaat gepaard met hoger kankerrisico

Nieuws

Sterk bewerkte voeding gaat gepaard met hoger kankerrisico

Een toename van 10 procent in het aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen in de voeding gaat gepaard met 12 procent meer kans op kanker in het algemeen en 11 procent meer kans op borstkanker. Dit blijkt uit een omvangrijk Frans bevolkingsonderzoek onder ruim 100.000 deelnemers van gemiddeld 43 jaar, die 5 jaar zijn gevolgd. Het is de eerste epidemiologische studie die een verband vindt tussen de mate van bewerking van voeding en het risico op kanker. Het onderzoek is gepubliceerd in British Medical Journal.

Stijging van consumptie
Van koek tot frisdrank en van ontbijtgranen tot kant-en-klaarmaaltijden: de afgelopen tientallen jaren is het aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen in de voeding dramatisch gestegen, zo schrijven de auteurs. Het aandeel is inmiddels opgelopen tot 25 à 50 procent van de dagelijkse energie-inname in onder meer Europa en de Verenigde Staten. Opvallend genoeg lijkt het probleem in Frankrijk minder groot: recent onderzoek laat zien dat het aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen daar slechts 14 procent is. En zelfs dan is er dus een verband gevonden met het risico op kanker.

Voedingskundige samenstelling
Het is niet precies duidelijk wat sterk bewerkte voedingsmiddelen ongezond zou maken. De onderzoekers noemen als mogelijke oorzaken de voedingskundige samenstelling: sterk bewerkte voedingsmiddelen bevatten gemiddeld genomen veel verzadigd vet, toegevoegd suiker en zout en weinig vezels en vitamines. Daarnaast kunnen potentieel kankerverwekkende stoffen ontstaan tijdens bewerking van voedingsmiddelen, zoals acrylamide en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Ook de verpakking kan schadelijke stoffen bevatten, zoals bisfenol A.

Additieven
Tenslotte zouden additieven een probleem kunnen zijn. De onderzoekers stellen dat smaakstoffen, kleurstoffen, zoetstoffen en andere additieven vaak aan sterk bewerkte voedingsmiddelen zijn toegevoegd om de smaak te imiteren van onbewerkte of minimaal bewerkte voedingsmiddelen of om een slechte kwaliteit van het product te verhullen. Hoewel ze wettelijk zijn toegestaan, komen er uit laboratorium- en dieronderzoek volgens de onderzoekers soms aanwijzingen voor kankerverwekkende eigenschappen.

Kritiek
Er is ook kritiek op deze studie en vooral hoe het in de media is opgepakt. Zo kopte het Algemeen Dagblad met “Slecht eten zorgt echt voor kanker”, alsof het gaat om een interventiestudie waarin een oorzakelijk verband wordt aangetoond in plaats van om een relatie die voor het eerst gevonden is in een epidemiologische studie. Verder is er kritiek op de gebruikte NOVA-indeling van voedingsmiddelen, die is gebaseerd op de mate van industriële bewerking. Overigens maakt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ook gebruik van deze indeling.

Langer slapen verlaagt inname van suikers

Nieuws

Langer slapen verlaagt inname van suikers

Als mensen langer gaan slapen, heeft dat ook een gunstig effect op hun voeding: de inname van vrije suikers daalt. Dit blijkt uit een gerandomiseerde, gecontroleerde studie onder 42 volwassenen die normaal gesproken 5-7 uur per nacht slapen. De resultaten zijn gepubliceerd in American Journal of Clinical Nutrition.

Slaapinstructie
De helft van de deelnemers kreeg een 45 minuten durende persoonlijke instructie met als doel om 1,5 uur per nacht langer in bed door te brengen. Ook kregen deze deelnemers minimaal 4 slaapadviezen die pasten bij hun persoonlijke leefstijl, zoals een aanbevolen tijd om te gaan slapen en geen cafeïne nemen voor het slapen gaan. De andere helft kreeg geen instructie en slaapadviezen. Alle deelnemers droegen vervolgens gedurende 7 dagen een beweegmeter die de slaap bijhield en zelf hielden ze een voedingsdagboek bij.

Minder suikers
De slaapinstructie bleek een goede manier om de slaaptijd te verhogen: bij 86% van de deelnemers nam de slaaptijd erdoor toe, variërend van 52 tot bijna 90 minuten. In de controlegroep veranderde de slaaptijd niet. Uit analyse van de voedingsdagboeken bleek dat langer slapen gepaard ging met gemiddeld 10 gram per dag minder vrije suikers in de voeding. Onder vrije suikers verstaan de onderzoekers toegevoegde suikers en suikers uit honing, siroop en vruchtensap. Er was ook een dalende trend te zien in de totale inname van koolhydraten door het langer slapen.

Gezonder eten
Langer slapen kan dus leiden tot gezondere voedselkeuzes. De resultaten zijn in lijn met eerder onderzoek dat een verband vindt tussen kort slapen en een ongezonde voeding. Volgens de onderzoekers zou kort slapen een risicofactor voor obesitas zijn.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Gezond eten moet goedkoper, vindt 86 procent van de ouders

Nieuws

Van de ouders vindt 86 procent dat gezond eten goedkoper moet worden

Het moet kinderen gemakkelijker worden gemaakt om iets gezonds te eten, zo vinden veel ouders met kinderen in het basis- of voortgezet onderwijs. Het goedkoper maken van gezond eten is in de ogen van 86 procent van de ouders daarvoor een goede maatregel. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van het Voedingscentrum onder ruim 1.000 ouders met kinderen van 8 tot 16 jaar.

Afspraken over eten
Circa 60 procent van de ouders heeft afspraken met hun kind over het drinken van suikerhoudende dranken en snoepen. De meest gemaakte afspraak is het moeten vragen naar het pakken van snoep, snacks en suikerhoudende dranken. Bijna de helft van de basisschoolkinderen mag zakgeld niet aan deze producten besteden.

Schoolregels
School- en sportkantines moeten zo worden ingericht dat hun kind minder wordt verleid om iets ongezonds te kopen en gemakkelijker een gezonde keuze maakt. Dat vindt 62 procent van de ouders. Op de basisschool zijn bij 72 procent van de ouders regels wat mag worden meegenomen voor de pauze of de lunch en circa 80 procent van deze ouders is het eens met de schoolregel. Voor trakteren zijn nog vaker regels: bij 85 procent van de ouders. Ongeveer 70 procent van de ouders is het eens met de regel.

Voedselvaardig
In het onderzoek is ook aan de ouders gevraagd hoe belangrijk zij het vinden dat hun kind “voedselvaardig” is. Voedselvaardigheid staat voor de kennis en vaardigheden die kinderen moeten leren om gezond te kunnen eten. De meeste ouders vinden het belangrijk dat hun kind voedselvaardig is. Ouders vinden dit vooral een taak voor henzelf en niet voor de school van het kind.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

‘We hopen dat mensen een zoute smaak niet meer lekker gaan vinden’

Nieuws

Op 6, 7 en 8 maart organiseert de Nierstichting de Restaurant Driedaagse. Toprestaurants door heel Nederland serveren dan een zoutbewust menu. Diëtist en voedingswetenschapper Iris Groenenberg, programmamedewerker preventie van de Nierstichting: ‘Hiermee laten deze restaurants zien hoe lekker pure smaken zijn en hoe smaakvol eten met minder zout is.’ De Restaurant Driedaagse is onderdeel van een grotere bewustwordingscampagne die de Nierstichting in januari is gestart.

Waarom organiseren jullie de Restaurant Driedaagse?
‘Van de Nederlanders eet 85% teveel zout en dat is slecht voor de nieren. Veel mensen denken echter dat zout nodig is om gerechten op smaak te maken en dat zoutbewust eten smakeloos is. Met de Restaurant Driedaagse willen we mensen laten ervaren hoe lekker zoutbewust eten is: het geeft een rijkere smaaksensatie. Met veel zout gaan smaken op elkaar lijken, terwijl je met kruiden veel meer kunt variëren.’

Is zout voor iedereen slecht?
’Te veel zout is slecht voor de gezondheid van iedereen. Zout verhoogt de bloeddruk. De hoge bloeddruk beschadigt de kleine bloedvaatjes in de nieren. Zo ontstaat er nierschade. Circa 10 procent van de bevolking heeft al chronische nierschade en mensen met diabetes, hart- en vaatziekten of hypertensie lopen een hoog risico. Kortom: het gaat om miljoenen Nederlanders. Het hoge zoutgebruik kan leiden tot nierschade en het probleem daarmee is, dat je het niet voelt als je nieren slechter gaan functioneren. Pas als de nierfunctie nog maar zo’n 30 procent is, kunnen er vage klachten optreden. Terwijl de gevolgen van nierschade groot zijn: het kan uiteindelijk leiden tot nierfalen, waarbij zware behandelingen als dialyse of transplantatie nodig zijn. Nierschade vermindert daarnaast de levensverwachting: iemand van 55 jaar met een matig tot ernstig verlaagde nierfunctie heeft een 7 tot 12 jaar lagere levensverwachting dan iemand van die leeftijd met een normale nierfunctie. De gevolgen van nierschade zijn dus groot. Leven met een nierziekte is geen leven, maar overleven. In de NHG-standaarden “Diabetes mellitus type 2” en “Cardiovasculair risicomanagement” staat wel dat de nierfunctie van mensen met diabetes en hypertensie jaarlijks gecontroleerd moet worden, maar helaas worden die richtlijnen in de praktijk onvoldoende opgevolgd. Soms wordt er wel gecontroleerd, maar wordt een negatieve uitslag niet aan de patiënt gecommuniceerd, zo blijkt uit onderzoek. Artsen denken dan bijvoorbeeld: “De diabetes is al zo lastig in te stellen en dan moet ik het ook nog over de nieren hebben…”. Dit jaar verschijnt een nieuwe NHG-richtlijn over chronische nierschade en hopelijk brengt die hier verandering in.’

Welke gezondheidswinst is te behalen met zout minderen?
‘Het effect van minder zout eten op de niergezondheid is onlangs voor het eerst berekend door het RIVM. Een verlaging van de huidige 9 gram zout per dag naar de maximale hoeveelheid van 6 gram per dag kan naar schatting bijna 150.000 gevallen van chronische nierschade en 250 gevallen van nierfalen helpen voorkomen over een periode van 10 jaar.’

Waaruit bestaat jullie campagne nog meer?
‘In januari zijn we de campagne “De ongezouten waarheid” gestart om mensen bewust te maken van de gevaren van te hoge zoutconsumptie. Nog veel mensen denken dat te zout eten niet op hun van toepassing is. Er is een online Zoutquiz en met de online Zoutmeter krijgen mensen inzicht in hun eigen zoutinname. Recent is onderzocht of deze Zoutmeter ook echt een goed beeld geeft van de zoutinname en dat blijkt het geval. Het resultaat komt zelfs in de buurt van een diëtistische anamnese van de zoutinname! Verder start er na de Restaurant Driedaagse een tweeweekse Zoutchallenge: van 10 tot 24 maart. De Nierstichting daagt mensen uit om te minderen met zout. Via www.zoutchallenge.nl kunnen deelnemers alle informatie vinden over de Zoutchallenge en het boekje met menu’s gratis downloaden. Deze menu’s zijn samen met het Voedingscentrum ontwikkeld en bevatten minder dan 6 gram zout per dag. Ook komen er video’s met Rudolph van Veen op de site. Zo willen we mensen inspireren om minder snel te grijpen naar pakjes en zakjes met sauzen en mixen en ervaren dat het zelf maken heel eenvoudig en smakelijk is. Uiteindelijk hopen we dat mensen de zoute smaak niet meer lekker gaan vinden en zoutbewuste gewoontes blijvend overnemen.’

Richt de campagne zich ook op diëtisten?
‘Jazeker! We verspreiden een Zoutpakket met voorlichtingsmaterialen onder professionals, onder andere met het vernieuwde zoutboek. We hebben het “Zoutboek” uit 2012 vernieuwd. Het Zoutboek laat met buisjes zien hoeveel zout er zit in enkele veel gegeten, zoute voedingsmiddelen. Alle diëtisten werkzaam in de nefrologie of cardiologie krijgen van de Nierstichting gratis een Zoutboek toegestuurd. Andere diëtisten kunnen het Zoutboek op onze website bestellen tegen kostprijs: €40,-. Hier kun je ook een gratis Zoutpakket aanvragen met  een vernieuwde Zoutfolder, een nieuw zakkaartje van de Zoutmeter en de Kruidenwijzer.’

Bron: Nieuws voor diëtisten

Na bariatrische ingreep 28 procent gewichtsverlies op lange termijn

Nieuws

28 procent gewichtsverlies na een bariatrische ingreep op lange termijn

Minimaal 4 jaar na bariatrische chirurgie is het totale gewichtsverlies gemiddeld 28 procent. De postoperatieve energie-inname is gemiddeld 1550 kcal per dag. Dat blijkt uit onderzoek onder 135 patiënten, uitgevoerd door Wageningen University & Research en Vitalys (onderdeel van Rijnstate Ziekenhuis en één van de grootste klinieken voor bariatrische chirurgie).

Gastric bypass en gastric sleeve

In het onderzoek is ook gekeken naar het effect van verschillende bariatrische ingrepen. Het totaal gewichtsverlies en de postoperatieve energie-inname waren hetzelfde na de gastric bypass en de gastric sleeve. Ook de postoperatieve lichamelijke activiteit was vergelijkbaar na beide ingrepen. Overigens waren patiënten na de operatie niet meer gaan bewegen. Verder was er nagenoeg geen verschil in inname van macronutriënten na de gastric bypass en de gastric sleeve. Wel was de vezelinname significant lager bij gastric sleeve-patiënten.

Focus op minder energie-inname

Uit het onderzoek blijkt dat een groter verschil tussen pre- en postoperatieve energie-inname (logischerwijs) tot een hoger totaal gewichtsverlies leidt. Volgens de onderzoekers is het dus van belang om bij de vóór- en nazorg rondom de operatie de focus te leggen op het verminderen van de energie-inname bij patiënten.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Kinderen eten te weinig fruit, groente en vis

Nieuws

Kinderen eten te weinig fruit, groente en vis

Ruim 6 van de 10 kinderen van 1 tot 12 jaar eten onvoldoende fruit en bijna 6 van de 10 eten onvoldoende groente. Iets minder dan de helft van de kinderen in deze leeftijdscategorie eet te weinig vis. Dit blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor die het CBS in 2014-2016 heeft afgenomen in samenwerking met RIVM en het Voedingscentrum.

Jongere kinderen eten meer fruit, groente en vis

Jonge kinderen eten vaker voldoende fruit, groente en vis dan oudere kinderen. Bijna de helft van de kinderen van 1 tot 4 jaar at volgens de richtlijnen voldoende fruit. Bij kinderen van 4 tot 9 jaar en 9 tot 12 jaar was dat met respectievelijk ruim 4 van de 10 en 2 van de 10 lager. Hetzelfde beeld is bij groente en vis te zien. Vergeleken met de kinderen van 9 tot 12 jaar aten tweemaal zoveel kinderen van 1 tot 4 jaar voldoende groente. Voor vis zijn de verschillen kleiner.

Kinderen met hoogopgeleide ouder eten gezonder

Kinderen van 1 tot 12 jaar van wie de ouder of verzorger een hoog onderwijsniveau heeft, voldoen vaker aan de normen dan kinderen met een middelbaar of laagopgeleide ouder. Zo voldoen ruim 4 van de 10 kinderen met een hoogopgeleide ouder aan de fruitnorm, tegen ruim 3 van de 10 met een laagopgeleide ouder.

Betere resultaten dan in Voedselconsumptiepeiling

In de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor is voeding gemeten met enkele gerichte vragen over de consumptie van fruit, groente en vis. Een andere manier om de consumptie van voeding in kaart te brengen is de 24-uurs voedingsnavraag. Deze methode wordt toegepast in de Voedselconsumptiepeiling, een aanvullend onderdeel van de Leefstijlmonitor. De Voedselconsumptiepeiling brengt de voeding beter in beeld, maar wordt bij minder mensen én minder vaak uitgevoerd dan de Gezondheidsenquête. In de meest recente Voedselconsumptiepeiling voldeden minder kinderen aan de aanbeveling voor groente en fruit dan in dit onderzoek.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Sporten zorgt voor een gezondere vetopslag bij overgewicht

Nieuws

Sporten zorgt voor een gezondere vetopslag bij overgewicht

Veel mensen met obesitas ontwikkelen insulineresistentie, maar niet iedereen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de manier waarop vet wordt opgeslagen hierbij een rol speelt. Sporten en andere fysieke activiteit lijken hierbij het verschil te maken. Eén enkele sportsessie kan daarbij al gunstig werken.

Opslag van vetzuren

Het risico op het ontwikkelen van insulineresistentie lijkt te maken te hebben met de manier waarop het lichaam met vet omgaat. Een deel van de mensen heeft een snelle vetafbraak, waardoor er veel vetzuren vrijkomen. Deze vetzuren kunnen zich opstapelen in andere weefsels en organen, wat kan leiden tot insulineresistentie. Andere mensen hebben dit probleem niet; zij hebben een langzamere vetafbraak en slaan de vetzuren gezonder en effectiever op.

Verschillen in functie van vetweefsel

Amerikaanse onderzoekers probeerden hiervoor een verklaring te vinden met een combinatie van twee onderzoeken. In het eerste onderzoek vergeleken de onderzoekers het vetweefsel van 30 mensen met obesitas, waar van een deel insulineresistent was en een deel niet. De “gezonde” groep bleek vet minder snel af te breken. Ook had deze groep minder eiwitten die betrokken zijn bij vetafbraak en meer eiwitten die zorgen voor vetopslag. Verder was het vetweefsel bij deze mensen flexibeler en was er een lagere ontstekings-activiteit.

Gezonder vetweefsel bij sportende mensen

In de tweede studie verzamelden de onderzoekers vetweefsel van mensen met overgewicht die net gesport hadden. De ene groep sportte regelmatig, de andere groep niet. De mensen die regelmatig sportten, hadden meer bloedvaten in hun vetweefsel dan de inactieve groep mensen. In beide groepen bleek dat slechts één sportsessie het weefsel activeerde om nieuwe bloedvaten in het vetweefsel aan te maken.

Beweging maakt vetweefsel gezond

Deze bloedstroom is belangrijk voor de aan- en afvoer van allerlei stoffen. Onderzoeker Jeffrey Horowitz legt uit: ‘Vetweefsel is de plek waar we extra energie opslaan als we teveel eten. Als de bloedvoorziening in het vetweefsel niet toeneemt met de groei van het vetweefsel, wordt het weefsel ongezond of kan zelfs afsterven. De mensen die hun vet op een gezonde manier opslaan, lijken beter beschermd te zijn tegen het ontwikkelen van insulineresistentie en obesitas-gerelateerde ziektes. Sport en beweging lijken factoren te zijn die voor een gezondere vetopslag zorgen.’

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Nachtdienst verstoort vet- en koolhydraatstofwisseling

Nieuws

Nachtdienst verstoort vet- en koolhydraatstofwisseling

In de nacht vertragen biologische processen zoals de glucose- en vethuishouding. ’s Nachts eten kan daardoor leiden tot hogere glucosespiegels in het bloed en een grotere opslag van vet in het lichaam dan overdag het geval zou zijn. Hierdoor kunnen overgewicht en prediabetes ontstaan. Mensen die ’s nachts werken, lopen daardoor een verhoogd risico om diabetes of hart- en vaatziekten te ontwikkelen. Dat schrijft de Gezondheidsraad in het nieuwe rapport “Gezondheidsrisico’s door nachtwerk“.

Geen sterk bewijs voor metabool syndroom

Hoe langer iemand al nachtdiensten draait, hoe groter de kans wordt. Zo heeft iemand die al 40 jaar nachtdiensten draait, 7 – 8 procent meer kans op diabetes type 2 en hart- en vaatproblemen. Voor een relatie tussen nachtdienst en het metabool syndroom vond de Gezondheidsraad geen sterk bewijs. Om dit vast te kunnen stellen zijn er niet genoeg onderzoeken gedaan.

Slaapproblemen op korte termijn

Op de korte termijn veroorzaken nachtdiensten vooral slaapproblemen. Verkorte slaapduur, verslechterde slaapkwaliteit en vermoeidheid komen naar schatting anderhalf tot ruim tweemaal vaker voor bij nachtwerkers dan bij mensen die overdag werken.

Advies

In Nederland werken 1,3 miljoen mensen soms of regelmatig ’s nachts. Dat komt neer op 15 procent van de beroepsbevolking. De Gezondheidsraad brengt het advies uit naar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om nachtwerk zoveel mogelijk te beperken. Waar dat niet mogelijk is verwijst de Gezondheidsraad naar een eerder uitgebracht rapport over de mogelijkheden van preventie bij nachtwerk.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Groeiende interesse voor ketogeen dieet bij obesitas en diabetes

Nieuws

Groeiende interesse voor ketogeen dieet bij obesitas en diabetes

Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar het effect van een ketogeen dieet bij mensen met obesitas of diabetes. De resultaten zijn veelbelovend en vaak beter dan van een gangbaar vetarm dieet. In een overzichtsartikel in JAMA worden de aanwijzingen op een rij gezet en komen verschillende onderzoekers aan het woord.

Maximaal 50 gram koolhydraten
Bij een ketogeen dieet ligt de inname van koolhydraten tussen 20 en 50 gram per dag. Hierdoor daalt de insulineproductie, gaat het lichaam over op vetverbranding en vormt de lever ketonen uit vetzuren, die als brandstof dienen voor in ieder geval de hersenen. Deze ketonen zouden ook verantwoordelijk kunnen zijn voor een verminderd hongergevoel. Dit wordt vaak gerapporteerd bij mensen die een ketogeen dieet volgen.

Groter gewichtsverlies
Een ketogeen dieet gaat in onderzoek gepaard met een groter gewichtsverlies dan een vetarm dieet. Zo was het gewichtsverlies door een ketogeen dieet 9,7 procent en door een vetarm dieet slechts 2,1 procent in een recente 8-weekse gerandomiseerde studie onder 34 obese ouderen. Dit is in lijn met een eerdere meta-analyse van 13 gerandomiseerde studies onder ruim 1200 deelnemers die minimaal een jaar een ketogeen dieet of een vetarm dieet volgden.

Nieuw onderzoek
Komende zomer start de Amerikaanse Framingham State University een nieuw 3-jarig onderzoek naar het ketogeen dieet bij mensen met overgewicht of obesitas. Het ketogeen dieet wordt daarbij vergeleken met een vetarm dieet met weinig of veel toegevoegde suikers. Volgens prof. David Ludwig, een van de hoofdonderzoekers, heeft een ketogeen dieet een ander effect op het metabolisme dan andere diëten. In eerder onderzoek ontdekte hij dat een vetarm dieet het rustmetabolisme met meer dan 400 kcal/dag verlaagt, terwijl een ketogeen dieet geen noemenswaardige daling liet zien. Ludwig: ‘De kwaliteit van de gegeten calorieën kan dus van invloed zijn op de hoeveelheid calorieën die verbrand worden.’

Gunstig effect op diabetes
Ook bij diabetes type 2 laat het ketogeen dieet een gunstig effect zien, zo blijkt uit de nog lopende Virta Health studie van de University of California onder 262 mensen met diabetes type 2. Na 10 weken is niet alleen het gewicht met gemiddeld 7,2 procent gedaald, maar zijn er ook verbeteringen te zien in de insulinegevoeligheid. Het percentage deelnemers met HbA1c-waarden onder 48 mmol/mol steeg van 20 naar 56 procent. Diabetesmedicatie kon bij 57% van de deelnemers worden verminderd of gestopt. Na 6 maanden volgde 89 procent van de deelnemers het dieet nog en was het gewichtsverlies gemiddeld 12 procent. De studie loopt in totaal 5 jaar en binnenkort worden de 1-jaar cijfers gepubliceerd.

Goed voor hart en bloedvaten?
Je zou het misschien niet verwachten van een dieet dat veel vet en verzadigd vet bevat,  maar het ketogeen dieet lijkt volgens deskundigen ook gunstig voor hart- en bloedvaten. Het triglyceridegehalte en de bloeddruk dalen en het HDL-cholesterolgehalte stijgt. Het LDL-cholesterolgehalte stijgt weliswaar, maar er lijkt daarbij een verschuiving op te treden van schadelijke kleine LDL-deeltjes naar minder schadelijke grote LDL-deeltjes. Volgens dr. Rick Hecht, onderzoeksdirecteur van University of California, wegen de eventuele nadelen van verzadigd vet ruimschoots op tegen de voordelen van het minderen met koolhydraten.

Geen do-it-yourself dieet
Deskundigen benadrukken dat het ketogeen dieet niet iets is dat mensen op eigen houtje kunnen volgen. Er is begeleiding nodig bij het samenstellen van de voeding en toezicht van een arts is gewenst indien mensen diabetesmedicatie of bloeddrukverlagers gebruiken. De koolhydraatbeperking is niet altijd levenslang nodig. Als het streefgewicht is bereikt, kan de hoeveelheid koolhydraten meestal weer wat omhoog. De maximale hoeveelheid koolhydraten zonder weer in gewicht toe te nemen, varieert van persoon tot persoon.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

  • 1
  • 2