Tagarchief: gezondheidsclaims

Zoutgehalte in voedingsmiddelen slechts 11 procent gedaald.


Zoutgehalte voedingsmiddelen slechts 11% gedaald in 6 jaar

In de afgelopen 6 jaar is het zoutgehalte van voedingsmiddelen gemiddeld met slechts 11 procent afgenomen. Dat blijkt uit de zoutmonitoring van 404 voedingsmiddelen, uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De zoutdaling gaat volgens het Voedingscentrum te langzaam om het doel te halen: maximaal 6 gram zout per dag in 2020. Hiervoor is een veel grotere zoutdaling van 30 procent nodig.

Sterkste dalers
Het zoutgehalte is het meest gedaald in de productgroepen (groente)conserven (-34 procent), kaas (-27 procent), kant-en-klaarmaaltijden (-24 procent) en brood (-16 procent). In de productgroep sauzen is geen reductie van zout waarneembaar, maar juist een toename van 8 procent.

Maximum-normen voor zout
De afgelopen jaren zijn vanuit het “Akkoord verbetering productsamenstelling” afspraken gemaakt over het maximumgehalte aan zout in sommige productgroepen. Voor de productgroep groenteconserven voldoet 83 procent aan de afgesproken normen, voor soep en bouillon is dat 86 procent en voor specifieke vleeswaren 73 procent. Verder is opvallend dat circa 50 procent van de bouillonblokjes in 2017 nog niet voldeed aan de afgesproken norm.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Koelkasttemperatuur belangrijker dan bewaarplek van melk

Volgens het Britse tijdschrift Good Housekeeping kun je melk beter niet in de deur van je koelkast bewaren. De temperatuur zou hier te hoog zijn. Ook in de Nederlandse media verschijnt dit bericht. Is het inderdaad beter om je melk niet in de koelkastdeur te bewaren? En zo ja, waar dan wel?
melk bewaren koelkastdeur
Het klopt dat de koelkastdeur de minst koude plek is om producten te bewaren. Maar als je hier een aantal dagen een geopend pak melk bewaart, is er niets aan de hand. Melk kun je geopend 3 tot 5 dagen bewaren. Veel belangrijker is de temperatuur van je koelkast, hoe lang je de koelkastdeur openlaat en hoe lang het pak buiten de koelkast staat.

4 °C ideale koelkasttemperatuur

De ideale temperatuur van je koelkast is 4 °C. Op deze temperatuur blijven producten het beste houdbaar in de koelkast. Uit onderzoek blijkt dat het in een kwart van de Nederlandse koelkasten 7 °C of warmer is. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller bacteriën en schimmels kunnen uitgroeien tot aantallen waar je ziek van wordt. Als je wilt weten of je koelkast koud genoeg staat, kun je een koelkastthermometer op de onderste plank van je koelkast leggen. Staat je koelkast te warm? Stel hem dan bij en meet opnieuw. Bij een draaiknop geldt: hoe hoger het getal, hoe kouder.

Koelkastdeur kort openen

Daarnaast is het belangrijk om de deur van je koelkast zo kort mogelijk open te doen. Hoe langer je de deur openlaat, hoe warmer het wordt en hoe sneller bacteriën en schimmels uitgroeien. Ook kun je bederfelijke producten beter niet te lang uit de koelkast houden. Schenk bijvoorbeeld een glas melk in en zet het pak meteen terug in de koelkast. Laat de melk niet uren op de eettafel staan. Elk uur buiten de koelkast verkort de houdbaarheid met 1 dag.

Geopend pak melk: 3 tot 5 dagen houdbaar

Melk kun je geopend 3 tot 5 dagen bewaren. Hoe lang precies is natuurlijk afhankelijk van hoe vaak je het pak uit de koelkast hebt gehaald. Twijfel je of de melk nog goed is, zet dan je zintuigen in. Ziet de melk er nog goed uit, ruikt ie niet zuur en is de smaak nog lekker? Dan kun je er nog gewoon van drinken. Ook na de houdbaarheidsdatum. Melk heeft namelijk een THT-datum (tenminste houdbaar tot).

Het klopt dus dat de deur de minst koude plek van de koelkast is. Maar je kunt hier prima een paar dagen je geopende pak melk bewaren. Wel zo praktisch. Belangrijker is ervoor te zorgen het in je koelkast 4 °C is, en dat je melk zo kort mogelijk buiten de koelkast laat.

‘Sterk bewerkt voedsel is de belangrijkste oorzaak van welvaartsziekten’


‘Sterk bewerkt voedsel is de belangrijkste oorzaak van welvaartsziekten’

De belangrijkste oorzaak van welvaartsziekten? Volgens prof. Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, wijzen alle vingers in de richting van “ultra-processed foods”. ‘Zolang dat aanbod niet aan banden wordt gelegd, is het dweilen met de kraan open’, stelde hij op 12 januari tijdens de publiekslezing van de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen (NAV).

Bewerkt voedsel levert 60% van calorie-inname

‘Er is iets fundamenteel mis met onze voeding’, aldus Seidell. ‘Onze basisvoeding wordt zo ingrijpend bewerkt dat er vaak nog alleen maar lege calorieën overblijven. De hoeveelheden natrium en suiker nemen juist flink toe.’ Onderzoek laat zien dat 60% van onze calorie-inname afkomstig is uit snacks, dranken en fastfood. Van de hoeveelheid toegevoegde suikers die we binnenkrijgen, is 90% afkomstig uit deze producten. De toegenomen welvaart heeft geleid tot een enorm aanbod van deze lekkere, makkelijke, goedkope, lang houdbare producten. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van de opmars van welvaartziekten. Alle inspanningen van de industrie om “gezondere” producten te maken, zetten wat hem betreft nauwelijks zoden aan de dijk. Deze producten zijn dan misschien wat minder zout of zoet, maar nog steeds veel te veel bewerkt en bovendien relatief duur.

Overheid doet te weinig

Zowel beleid als wetenschap richten zich volgens Seidell nog altijd te weinig op preventie en te veel op de behandeling van mensen met welvaartsziekten of de  risicofactoren daarvoor. Jaarlijks worden miljarden uitgegeven aan medicatie, zoals bloeddrukverlagende, cholesterolverlagende, bloedsuikerverlagende middelen en antidepressiva. Maar de overheid neemt veel te weinig maatregelen om de beschikbaarheid van sterk bewerkte ongezonde voedingsmiddelen aan banden te leggen. We worden voortdurend blootgesteld aan de verleidingen van veel en lekker eten. ‘Zolang er nog zo veel snacks en frisdranken aangeboden worden op scholen, in sportkantines, ziekenhuizen en benzinestations is het dweilen met de kraan open.’

Voorlichting bereikt verkeerde mensen

De huidige publieksvoorlichting richt zich te veel op kennisoverdracht en bereikt hiermee vooral mensen met een relatief hoog opleidingsniveau en inkomen. Dit vergroot de sociale verschillen in gezondheid. Seidell: ‘We moeten veel meer aandacht schenken aan persoonlijke mogelijkheden en vaardigheden. Je kan immers blijven roepen dat we meer onbewerkte producten moeten kopen, maar als je niet voldoende geld hebt of niet kunt koken, heeft dat niet veel zin.’

Bron: Voedingscentrum

Helpt een vitamine D-supplement tegen verkoudheid?

In de afgelopen periode zijn in de media regelmatig berichten verschenen dat een vitamine D-supplement de kans op verkoudheid zou verminderen. Aanleiding is een recent verschenen Brits onderzoek. 
Voldoende vitamine D is inderdaad van belang voor de werking van je afweersysteem. Maar het is onvoldoende aangetoond dat het slikken van een vitamine D-supplement het risico op verkoudheid vermindert.

Het onderzoek

In het Britse onderzoek werd onderzocht of het geven van een vitamine D-supplement het risico op een luchtweginfectie verminderde. Daarvoor analyseerden de onderzoekers gegevens uit 25 verschillende studies waaraan in totaal ongeveer 11.000 mensen meededen. De onderzoekers concludeerden dat het geven van een vitamine D-supplement beschermend werkt tegen een acute infectie van de luchtwegen. Bijvoorbeeld bij verkoudheid is er sprake van een acute luchtweginfectie.

Als je de resultaten goed bekijkt, dan zie je dat de verschillende studies die zijn bekeken verschillende resultaten hebben. Sommige studies laten zien dat het risico op infecties vermindert met vitamine D-supplement, andere studies laten geen effect zien. De oorzaak hiervan kan liggen in heel veel factoren. Om er een aantal te noemen: de definitie van acute luchtweginfecties verschilt tussen onderzoeken, soms ontbraken gegevens over medicijngebruik, de dosering vitamine D was steeds anders en  studies gebruikten verschillende onderzoeksgroepen: bijvoorbeeld jonge mensen, oude mensen, zieke mensen en mensen met een vitamine D-tekort. Als deze factoren kunnen effect hebben op de uitkomst.

Gezondheidsraad en andere adviescommissies

De gezondheidseffecten van vitamine D zijn de afgelopen jaren door verschillende instanties geëvalueerd om vitamine D adviezen voor de bevolking op te stellen. In Nederland heeft de Gezondheidsraad dat gedaan, in Scandinavië de Nordic Council en in Engeland de SACN (Scientific Advisory Committee on Nutrition). Al deze wetenschappelijke adviescommissies voor voeding concluderen dat het onvoldoende is aangetoond of (extra) vitamine D het risico op infecties vermindert. Dit omdat de resultaten tot nu toe vooral komen uit observationeel onderzoek. In dit type onderzoek kunnen oorzaak en gevolg niet kan worden aangetoond. Bovendien laten studies tot nu toe nog te veel verschillende resultaten zien. Of een vitamine D-supplement helpt om infecties te voorkomen zal eerst op een goede systematische wijze moeten worden aangetoond.

Vitamine D en gezondheid

Vitamine D is vooral nodig voor de opname van calcium uit de voeding in het lichaam. Het is daarom belangrijk voor de groei en het behoud van stevige botten en tanden. Daarnaast is vitamine D nodig voor een goede werking van je afweersysteem. Voor de meeste mensen leveren zonlicht en de voeding voldoende vitamine D.

Groepen mensen die baat hebben bij extra vitamine D

Een aantal groepen krijgt van de Gezondheidsraad wél het advies om vitamine D-supplementen te nemen. Deze groepen krijgen via zonlicht en voeding minder vitamine D binnen dan zij nodig hebben. Het gaat om jonge kinderen, mensen met een getinte huidskleur, mensen die hun huid bedekken, zwangere vrouwen en ouderen. Voor jonge kinderen is aangetoond dat een vitamine D supplement het risico op rachitis vermindert, voor ouderen het risico op vallen en botbreuken. Voor zwangeren vermindert het de kans op een kind met een te laag geboortegewicht.

Onderzoek naar risico’s voedingssupplement Rode Gist Rijst

Het televisieprogramma Radar heeft aandacht besteed aan de mogelijke risico’s bij het innemen van het voedingssupplement Rode Gist Rijst. Het is mogelijk niet veilig omdat het kan werken als statine (cholesterolverlagend medicijn).

Dit gaat de Nederlandse Voedselwarenautoriteit (NVWA) samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen onderzoeken.

Waarom zou Rode Gist Rijst onveilig zijn?

Rode Gist Rijst bevat monacoline K. Dit is een natuurlijke statine. Statines zijn cholesterolverlagende medicijnen die voorgeschreven worden door een arts. Statines in combinatie met andere medicijnen kunnen ongewenste bijwerkingen geven en ook kunnen statines bij zwangere vrouwen het risico op aangeboren afwijkingen van het kind vergroten. Radar kocht in diverse winkels Rode Gist Rijst en werd nergens goed geïnformeerd over de mogelijke bijwerkingen.


Goed dat er onderzoek naar Rode Gist Rijst komt

De NVWA, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen gaan nu onderzoeken of Rode Gist Rijst moet worden geregistreerd als geneesmiddel. In dat geval mag het niet zomaar meer vrij worden verkocht in de winkel. Het Voedingscentrum vindt het goed dat er een onderzoek komt naar Rode Gist Rijst. Alles wat te koop is zonder recept in winkels zou veilig moeten zijn bij het voorgeschreven gebruik.

Voedingssupplementen vaak niet nodig

Er zijn veel voedingssupplementen en kruidenpreparaten te koop. Er kunnen vitamines inzitten, maar ook bioactieve stoffen of kruiden die bekend staan om een bepaald effect. De meeste mensen hebben voedingssupplementen of kruidenpreparaten niet nodig. En het gebruik is niet altijd zonder gevaar. Bovendien is van sommige bioactieve stoffen weinig bekend over de veiligheid ervan. Als je een supplement gebruikt, neem dan niet meer dan 100% procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Deze informatie vind je op het etiket.

Er zijn ook voedingssupplementen en kruidenpreparaten te koop via internet. Wees daar voorzichtig mee, want er kunnen dan ongewenste stoffen inzitten of stoffen in te hoge doseringen voorkomen. Lees in elk geval altijd goed de gebruiksaanwijzing van een supplement, of je het nu in de winkel of op internet koopt. Overleg altijd het gebruik van voedingssupplementen of kruidenpreparaten met je arts of apotheker als je medicijnen slikt.

Bron: Voedingscentrum

Go for Gold: Bak producten goudgeel

De Engelse Food Standards Agency waarschuwt in een nieuwe campagne ’Go for gold’ om geroosterd brood niet donkerder dan goudgeel te eten. Hetzelfde advies geldt ook voor friet. De campagne sluit aan bij het advies dat het Nederlandse Voedingscentrum al langer geeft.

Het streven is om de inname van de mogelijk schadelijke stof acrylamide te verlagen. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in 2015 geconcludeerd dat acrylamide de kans op kanker bij mensen mogelijk verhoogd. Acrylamide is een stof die kan ontstaan als je zetmeelrijke producten, zoals aardappelen en granen roostert, bakt, grilt of frituurt boven de 120 °C. Bij koken ontstaat geen acrylamide.

Voorkomen

Het binnenkrijgen van acrylamide is lastig te voorkomen omdat het in veel producten zit. Acrylamide komt behalve in brood en aardappelen bijvoorbeeld ook voor in: ontbijtgranen, crackers, biscuits  koekjes, chips, pizza en koffie. Wieke van der Vossen, expert voedselveiligheid van het Voedingscentrum: “Omdat het in veel producten zit is het belangrijk dat de industrie er alles aan doet om er voor te zorgen dat in deze producten zo min mogelijke acrylamide zit”.

geroosterd brood

Voedingsadvies

Acrylamide zit veelal in producten die niet passen in de Schijf van Vijf. Wil je minder acrylamide binnenkrijgen dan adviseert Wieke van der Vossen om gevarieerd te eten volgens de Schijf van Vijf. “Gevarieerd eten voorkomt dat je per ongeluk elke dag een beetje te veel van een schadelijke stof zoals acrylamide binnenkrijgt. Een keer een wat donkerder bruin getoaste boterham is niet erg, maar eet het niet iedere dag.” Elke week geven we een voorbeeld van een gevarieerd weekmenu volgens de Schijf van Vijf met het Menu van de week.

Dit kun je verder ook nog doen:

  • Bak aardappelen en aardappelproducten niet bruin, maar goudgeel.
  • Volg de aanwijzingen op de verpakking van aardappelproducten en friet
    en bak ze in kleine porties.
  • Frituur op 175 °C en niet langer dan nodig.
  • Ovenfriet bevat meer suiker. Gefrituurd bevat ovenfriet onnodig veel acrylamide. Bak deze frietsoorten alleen in de oven en niet langer dan de aanwijzingen op de verpakking.
  • Bewaar aardappelen donker en koel, maar niet in de koelkast of in een kelder die kouder is dan 8 °C.

Bron: Voedingscentrum

‘Vleesaanduidingen zijn misleidend en maken consumenten onzeker’

‘Vleesaanduidingen zijn misleidend en maken consumenten onzeker’, aldus Christian Schmidt, Duitse minister van Landbouw

Christian Schmidt, Duitse minister van Landbouw, deed deze uitspraak over vegetarische producten in een interview met Bild. Hij wil in de toekomst vleesaanduidingen verbieden op producten als vegetarische schnitzels en worstjes. De minister vindt verder dat fabrikanten eigen namen moeten verzinnen voor hun plantaardige producten. ‘Niemand moet bij deze pseudo-vleesproducten doen alsof het echt vlees is.’ Eerder dit jaar was een meer duidelijke etikettering voor vlees in Duitsland ook al onderwerp van discussie onder het motto ‘wat er op staat, moet er ook inzitten’. Op 3 januari stelde de VVD ook in Nederland voor een verbod van vleesaanduidingen op nepvlees te overwegen. De VVD-kamerleden Erik Ziengs en Helma Lodders stelden schriftelijke vragen hierover aan het kabinet. In Nederland vond een vergelijkbare discussie al plaats in 2012. Toen zijn door Jaco Geurts van het CDA kamervragen gesteld over de naamgeving van vegetarische producten. Maar het kabinet gaf toen aan zijn angst voor verwarring niet te delen.

Kansen voor een gezonder en duurzamer voedingspatroon


Niet meer eten dan je nodig hebt, meer plantaardig eten en minder frisdrank en alcohol drinken. Dat zijn 3 belangrijke kansen voor een gezonder en duurzamer Nederland, zo blijkt uit onderzoek van het RIVM. De Schijf van Vijf laat zien hoe je gezond én duurzaam kunt eten en drinken.

4 tips om gezonder en duurzamer te eten

Wil jij gezond en duurzaam eten? Als je eet volgens de Schijf van Vijf, dan neem je genoeg van alle producten die gezondheidswinst opleveren. En je kunt hiermee ook meteen de milieudruk van je eten verlagen. Het produceren en vervoeren van voedsel veroorzaakt namelijk uitstoot van broeikasgassen. Dit is gemiddeld ongeveer 30 procent van de totale uitstoot.

Met een paar kleine stapjes kun je grote winst behalen voor je gezondheid én het milieu. Dit zijn 4 belangrijke tips:

  1. Eet niet meer dan je nodig hebt. Voor een gemiddelde volwassen vrouw is dit ongeveer 2.000 kcal en voor een man 2.500 kcal. Vul de Eetmeter in om te zien hoeveel je precies nodig hebt.
  2. Kies vaker voor groente, noten en peulvruchten (zoals bonen, linzen en kikkererwten) en neem minder vaak vlees. Bekijk onze tips om meer groente te eten.
  3. Drink minder suikerhoudende dranken (zoals frisdrank en sappen) en alcoholische dranken (zoals bier, wijn en sterke drank). Water, koffie en thee zijn goede alternatieven. Kijk hier voor meer drinktips.
  4. Voorkom voedselverspilling. Maak een boodschappenlijstje voor je naar de winkel gaat en controleer je voorraad, kook op maat door je porties af te meten, bewaar eten op de juiste plek (zet je koelkast op 4 °C) en let op de houdbaarheidsdatum. Meer tips om voedselverspilling te voorkomen.

Wat levert het op?

Gezond, duurzaam en veilig eten leidt tot:

  • Een daling van het aantal chronisch zieken.
  • Kleinere gezondheidsverschillen tussen Nederlanders.
  • Een lagere milieubelasting van ons voedsel.
  • Minder voedselinfecties (doordat er minder vlees wordt gegeten).

Fabrikanten verdoezelen voedingswaarden

Fabrikanten verdoezelen voedingswaarden

Door: Angela

Fabrikanten verdoezelen voedingswaarden

De Consumentenbond vindt dat op etiketten minimaal de voedingswaarde per 100 gram onbereid product moet staan. Veel fabrikanten vermelden nu op pakjes en zakjes alleen de voedingswaarde na toevoeging van bijvoorbeeld groente, rijst, pasta, vlees en water aan de mix of saus. Wettelijk is dit weliswaar toegestaan, maar de fabrikanten trekken zo wel een rookgordijn op over de hoeveelheid suiker, vet en zout in hun producten.

Slecht voorbeeld

Op de verpakking van Conimex Boemboe Sajoer Boontjes staat bijvoorbeeld dat het na bereiding 1,9% suiker bevat. In de boemboe zelf zit ruim 30% suiker, maar dat staat dus niet op de verpakking. Volgens de Consumentenbond maken fabrikanten graag goede sier met de voedingswaarde na bereiding. Een product bevat dan minder suiker, vet en zout dan in de pure vorm. Terugrekenen naar wat er in het onbereide product zit, is vrijwel onmogelijk.

Goed voorbeeld

De Consumentenbond heeft fabrikanten verzocht het goede voorbeeld te volgen van Heinz, Jumbo en Nestlé, die de voedingswaarde per 100 gram onbereid product wel op de verpakkingen vermelden. Plus en Superunie (van de merken Perfekt en Markant) hebben hier positief op gereageerd en beloofd hun verpakkingen aan te passen. Albert Heijn, Aldi, Lidl en Unilever beperken zich vooralsnog tot de vermelding van de voedingswaarde per bereid product. De Consumentenbond zal er op blijven aandringen dat ook deze achterblijvers zich aansluiten bij consequente en transparante etikettering.

Bron: Nieuws voor Diëtisten

Afvallen en sporten

We weten dat je kan afvallen door te letten op je voeding. Dat is iets dat algemeen bekend is, maar kan je ook afvallen door alleen te sporten? Het Gezondheidsnet kreeg deze vraag binnen en is opzoek gegaan naar het antwoord.

Het antwoord is eigenlijk heel simpel: ja, het kan wel, maar het zal niet heel snel gaan. Gezonder eten heeft veel meer en sneller effect dan meer bewegen of sporten alleen. Om één kilo lichaamsgewicht kwijt te raken, kan het nodig zijn om wel 25(!) uur extra te wandelen. Sporten maakt je bovendien erg hongerig en moe, dus de verleiding om na het sporten meer te gaan eten is groot.

Het aanpassen van je voedingspatroon is eigenlijk de belangrijkste stap die je moet nemen als je wilt afvallen. Dit betekent dus gezond en gevarieerd eten, kleinere porties en dagelijks minder calorieën. Sporten helpt wel bij het proces om af te vallen. Hoe meer spierweefsel je kweekt, hoe meer calorieën je verbrandt, dus uiteindelijk helpt het je wel om af te vallen. Wel is het belangrijk om te weten dat spier zwaarder is dan vet. Het zou daarom best kunnen dat de weegschaal eerst meer kilo’s zal aangeven dan minder.

Het snelste en beste resultaat kan je daarom bereiken door het sporten te combineren met het aanpassen van je voedingspatroon.

sport

Gezondheidsnet